VBS De Linde

Vrije Kleuter -en Lagere School te Linden

Zorgbeleid & Pesten op school

Zorgbreed werken in De Linde: zorgplan.

 

 

Deel 1: Planmatige aanpak

 

Visie op zorg

 

Een geïntegreerd zorgbeleid wordt gedragen door een gedeelde visie op zorg.  De klasleerkracht is de spilfiguur.  De directeur, de leerkrachten, en de leerkrachten werkend in ambulante lestijden, de zorgcoördinator, … vormen het zorgteam.  Het zorgteam ondersteunt op school, klasintern of –extern, groepsgericht of individueel.  Hun deskundigheid wordt op een efficiënte manier (zie formulier ‘zorgvraag’) en op het gepaste moment aangesproken (zie zorgcontinuüm).

De zorgcoördinator coördineert het zorgbeleid.

 

De school werkt planmatig, wendt lestijden optimaal aan, creëert overlegmomenten, speelt in op beleidsinitiatieven, krijgt ondersteuning van de pedagogische begeleiding, zorgt voor gerichte nascholing en neemt zorg in het schoolwerkplan op.

 

  1. Een gedeelde visie.

Onze zorgvisie is van het hele schoolteam.

Iedere leerkracht heeft hierbij de volledige verantwoordelijkheid.

De zorgvisie wordt gedragen door het hele tea: klasleerkrachten, zorgleerkrachten, gymleerkracht, ICT-leerkracht, kinderverzorgster, directie, ondersteunend personeel, … :

 

  • Elke leerkracht staat achter de visie en maakt die ook concreet in de eigen aanpak;
  • Alle teamleden hebben eenzelfde doel voor ogen waardoor alle teamleden op één lijn trachten te staan en dezelfde stappen ondernemen; dit kan afgestemd worden door overleg en afspraken
  • Voor elk teamlid betekent dit dat:
    • Hij/zij openstaat voor de problemen die kinderen hebben
    • Hij/zij bereid is om het probleem aan te pakken
    • Hij/zij stappen onderneemt om het probleem aan te pakken

Dit in de eigen klas, waar de leerkracht het dichtst bij de kinderen staat, door te zorgen voor een rijk, gevarieerd aanbod zodat alle kinderen maximale, diepgaande ontwikkelingskansen krijgen en ook in de hele school, ook voor andere kinderen, door zich in te leven in hetgeen zich voordoet en er dan gepast op in te spelen

  • De zorg beperkt zich niet tot de leerstof alleen, maar hoort bij alle activiteiten gedurende de hele dag
  • Ieder kind wordt in zijn eigenheid door de leerkrachten begeleid en wordt aanvaard zoals het is:
    • In zijn leervermogen
    • In zijn ‘zijn’
    • Met zijn aanleg en wilskracht
  • De leerkracht is bereikbaar voor collega’s, ouders, leerlingen, …

 

Onze zorgvisie maakt deel uit van het opvoedingsproject van onze school.  Als katholieke basisschool willen wij onze kinderen opvoeden en vormen tot evenwichtige, harmonieuze mensen.

Een zorgbrede school is immers een school die oog heeft voor de leerling, of hij nu kansarm is of kansrijk.  Een zorgbrede school tracht om in een aangenaam schoolklimaat het beste in elke leerling naar boven te halen.

 

Wij bieden brede zorg aan die zich uitstrekt over alle gebieden: het cognitieve, het denken, het emotionele en het expressieve.

 

  1. Planmatig werken.

Bij het concretiseren van het zorgbeleid, zijn een aantal factoren van belang:

 

  • Het team is realistisch;
  • Het team staat achter de doelen van het vooropgestelde zorgbeleid en de hieraan gekoppelde acties;
  • Zijn acties haalbaar en concretiseerbaar;
  • Zijn de vooropgestelde doelen en verantwoordelijkheden duidelijk (wie doet wat, waar, wanneer, waarmee, waarom?): zie HGW
  • Wordt getracht om te werken via de 7 uitgangspunten van HGW (=handelingsgericht werken)

 

  1. De onderwijsbehoefte van de kinderen en de ondersteuningsbehoeften van de leerkrachten en de ouders staat centraal
  2. Het gaat om afstemming en wisselwerking omdat kinderen ontwikkelen in interactie met hun omgeving
  3. De rol van de leerkracht is erg belangrijk
  4. Het benadrukken van de positieve aspecten is van groot belang
  5. De samenwerking tussen kind, ouders, leerkrachten, zorgcoördinator, CLB en externe deskundigen gebeurt op een constructieve manier
  6. Doelgericht werken en haalbare adviezen geven
  7. De werkwijze gebeurt systematisch, in stappen en transparant

 

  • We trachten regelmatig het zorgbeleid te evalueren en bij te sturen.

 

 

 

 

  1. Het realiseren van een geïntegreerd zorgbeleid.

Een geïntegreerd zorgbeleid veronderstelt steeds acties op drie niveaus

 

  • Het niveau van de school en de scholengemeenschap
  • Het niveau van de leerkracht en de klas
  • Het niveau van het kind

 

De zorgcoördinator onderhoudt ook contacten met mensen uit het bijzonder onderwijs, om gebruik te kunnen maken van hun expertise.  Voor leerlingen met een matige of ernstige handicap wordt dan ook Gon-begeleiding opgestart. (zie oplijsting Gon-leerlingen)

 

In De Linde wordt bewust gekozen om ambulante lestijden te gebruiken voor het ondersteunen van de klasleerkrachten.  Deze lestijden worden niet gebruikt voor het inrichten van een taakklas, dit onder meer omdat je in een taakklas slechts een zeer beperkte groep kinderen kan bereiken.

 

Het zorgbeleid plannen en uitwerken gebeurt tijdens formele en informele overlegmomenten.  Deze overlegmomenten worden op regelmatige basis op niveau van de scholengemeenschap (1 keer per maand) en op niveau van de school (personeelsvergadering, MDO, studiedag) georganiseerd.

 

  1. Ondersteuning door de pedagogische begeleiding

Op vraag van de school ondersteunt de pedagogische begeleiding de uitwerking van het zorgbeleid van de school.

 

  1. Het nascholingsbeleid

Zorgbreed werken vraagt professionaliteit van de leerkrachten en het schoolteam.  Individuele en teamgerichte nascholingen zijn dan ook noodzakelijk.  Jaarlijks wordt er door de zorgcoördinatoren van de Scholengemeenschap ook een studiedag rond zorg ingericht. 

 

 

Ondersteuning op schoolniveau van een zorgbrede aanpak

 

Zorgzaam omgaan met alle leerlingen is een taak van iedereen op school.  Elke actor heeft daarbij zijn eigen taak.

De klasleerkracht is verantwoordelijk voor de zorg in zijn klas.  Hij/zij kan hierbij rekenen op de hulp en de ondersteuning van mensen uit het zorgteam.

 

Het zorgteam

 

De medewerkers met een specifieke functie voor het opnemen van bepaalde zorgopdrachten, vormen het zorgteam.

Het zorgteam kan bestaan uit: de directie, de zorgcoördinator, leerkrachten in aanvullende lestijden, ….

Elk lid van het zorgteam heeft zijn eigen taak:

 

 

 

  • De directie
  • Is verantwoordelijk voor het pedagogisch beleid van de school
  • Volgt het geïntegreerd zorgbeleid van de school op
  • Bewaakt de evaluatie en bijsturing van het vooropgestelde zorgbeleid
  • Heeft een onderwijskundige, adviserende en coachende functie

 

  • Leerkrachten werkend in ambulante lestijden
  • Ondersteunen van het zorgbeleid
  • Lestijden kunnen gebruikt worden om klasleerkrachten te ondersteunen
  • Leerkrachten in ambulante lestijden zijn best flexibel
  • Ambulante lestijden kunnen het zorgbeleid ondersteunen en helpen verwezenlijken

 

  • De zorgcoördinator
  • Coördineert in overleg met de directie alle initiatieven rond zorg die genomen worden op school
  • Werkt op drie niveaus: niveau van de school, de leerkracht en de leerling
  • Slaat een brug tussen alle betrokken partijen: leerlingen, leerkrachten, directie, ouders, externen
  • Houdt rekening met de inbreng van ieders expertise en heeft respect voor ieders verantwoordelijkheid
  • Houdt rekening met de draagkracht van het team en individuen binnen het team

 

Een geïntegreerde, multifunctionele aanpak

 

Een zorgbrede aanpak houdt ook in dat we kansen bieden aan alle leerlingen op school.

Wij denken hierbij zowel aan jongeren die ten gevolge van hun sociale, culturele en economische omstandigheden risico lopen in een achterstandspositie te raken als aan leerlingen die eerder vanuit persoonsgebonden kenmerken specifieke onderwijsaanpassingen nodig hebben. Wij werken daarom aan maatschappelijke kansenbevordering van kwetsbare groepen waarbij contextkenmerken aan de basis van de problematiek liggen en aan een beleid dat inspeelt op specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen.

 

De focus op kansenbevordering benadrukt vooral het omgaan met de gevolgen van de lage socio-economische status (SES) en de culturele achtergrond van de leerlingen in ons onderwijs. Eerder dan te focussen op het individu met een individueel probleem ligt de klemtoon hier op een meer structurele aanpak die de onderwijskansen van de doelgroep vergroot. Werken aan gelijke onderwijskansen (GOK) betekent het onderwijs zo concipiëren en uitbouwen dat het rekening houdt met en inspeelt op de diversiteit van de contexten waaruit de kinderen komen. Dit is dus nodig voor alle jongeren, maar vooral voor hen die maatschappelijk kwetsbaar zijn, met andere woorden: gelijke kansen creëren met acties die specifiek op de doelgroep gericht zijn.

 

Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften krijgen - naast een brede basiszorg - verhoogde zorg. Waar nodig wordt voor hen uitbreiding van zorg en eventueel zorg op maat voorzien. Participatieproblemen aan het onderwijs staan centraal. Hierbij is er steeds een interactie tussen de stoornis, beperking of handicap van de individuele leerling enerzijds en kenmerken van de omgeving anderzijds.

.

De omgeving en de schoolcontext kunnen een obstakel of een facilitator vormen voor de participatie van de leerling aan het onderwijs.

Hoe meer de school werkt vanuit een universele benadering van onderwijs, hoe minder ze aanpassingen zal moeten doen voor individuele leerlingen. Maar zelfs dan gaat de school vragen naar redelijke aanpassingen van individuele leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften niet uit de weg. Bijzondere aandacht besteden aan redelijke aanpassingen voor individuele problemen waaraan niet kan tegemoet gekomen worden met een universele benadering maken onlosmakelijk deel uit van het zorgbeleid.

Wij engageren ons om alle aanpassingen die redelijk zijn te doen ten behoeve van optimale ontwikkelingskansen voor alle leerlingen. Zo werken wij ook mee aan een meer inclusief onderwijs in Vlaanderen en waarborgen we het recht op onderwijs voor leerlingen die nood hebben aan gespecialiseerde zorg in een setting van buitengewoon onderwijs.

 

Deel 2: Het zorgcontinuüm

 

Alle zorginitiatieven op school kunnen in een zorgcontinuüm geplaatst worden.  Hierbij wordt de geboden zorg steeds gerichter en specifieker.  Dit continuüm maakt het mogelijk de organisatie van het zorgbeleid te situeren; het is niet de bedoeling de zorginitiatieven en de verantwoordelijkheden te scheiden, maar ze te onderscheiden.

 

                        

 

 

 

 

 

 

 

 

Fase 0 : Basiszorg voor alle leerlingen

 

Bij het uitbouwen van een zorgbeleid staat preventieve basiszorg centraal.  Basiszorg start met kwaliteitsvol onderwijs in de klas voor alle leerlingen. Alle acties zijn gericht op het welbevinden van leerlingen, op maximale ontplooiing en zo veel mogelijk proactief en preventief werken. Volgende factoren zijn van belang:

 

  • Een veilig pedagogisch klimaat
    • Leerlingen zijn erg gevoelig voor de sfeer in de klas; in een veilige klassfeer kunnen zij een positief zelfbeeld ontwikkelen
    • Leerlingen hebben nood aan een warme, veilige en geborgen omgeving
    • Leerlingen moeten zich goed voelen (= spontaan zijn, open staan, zichzelf zijn in een klasgroep en zich verbonden voelen met klasgenoten en leerkracht) om optimaal te kunnen functioneren
    • Een leeromgeving waarin alle leerlingen zich welbevinden
    • De leerkracht heeft hierbij oog voor:
      • De ideeën, meningen en gevoelswereld van elk kind;
      • Het respecteren van het ontwikkelingstempo van elke leerling.

 

Leerlingen geloven hierdoor meer in hun eigen kunnen en voelen zich competent.  Dit leidt tot succeservaringen die motiveren en uitnodigen tot verder exploreren, leren en ontwikkelen.

 

  • Een krachtige leeromgeving
    • Leerkracht houdt rekening met de beginsituatie en de voorkennis van de leerlingen
    • Het leren gebeurt in een zinvolle context: leerlingen kunnen zo het aangeleerde gebruiken in nieuwe situaties
    • Het leren gebeurt individueel maar steeds in interactie met anderen: leerlingen leren samenwerken, door eigen ervaringen, redeneringen en gevoelens te verwoorden en te toetsen aan die van anderen
    • De leerkracht organiseert uitdagende taken die het probleemoplossend vermogen van de leerlingen aanspreken; leerlingen worden daarbij aangemoedigd om over eigen denk- en leerprocessen na te denken

 

  • Een gestructureerde basisaanpak
    • Een gestructureerd lesverloop voorkomt in veel gevallen problemen
    • De instructie is kort en zet de leerlingen aan het denken; de leerkracht observeert hierbij voortdurend en stuurt bij om afhaken en demotivatie te voorkomen
    • Instructie kan in een flexibele klasorganisatie: klassikaal, in kleine groepjes
    • Leerlingen moeten de kans krijgen tot zelfstandige verwerking om nieuwe inzichten te toetsen aan reeds verworven kennis

 

  • Verzamelen en noteren van leerlinggegevens

 

  • Op een open en onbevooroordeelde manier kijken en luisteren
  • Indrukken zo veel mogelijk objectiveren met concrete voorbeelden en toetsgegevens
  • Analyseren van toetsen
  • Observeren van leerlingen
  • Praten met collega’s
  • Praten met leerlingen en hun ouders

 

  • Benoemen van de onderwijsbehoeften van alle leerlingen

 

  • Een eerste spontane signalering
    • De klasleerkracht stelt meestal beginnende moeilijkheden vast; soms kunnen andere leerkrachten, ouders, … moeilijkheden vaststellen en signaleren aan de leerkracht
    • De leerkracht legt mogelijke moeilijkheden beknopt vast, zoekt oplossingen en onderzoekt eventueel het probleem verder

 

  • De klasleerkracht als eerstelijnshulp
    • Leerkracht gaat de oorzaak van de moeilijkheden na en zoekt hoe eraan gewerkt kan worden
    • Klasleerkracht plant eerste interventies en hanteert hierbij een flexibele klasorganisatie

 

  • Hanteren van een flexibele klasorganisatie

 

  • Elke leerling is verschillend; het is de taak van de klasleerkracht om met die verschillen om te gaan en er zijn/haar didactisch handelen op af te stemmen
  • Klasleerkracht is dus genoodzaakt om te differentiëren naar inhoud, materiaal, werkvormen, …
  • Leerlingen kunnen individueel, in homogene of heterogene groepjes aan het werk gaan zonder dat de eenheid van de klasgroep verloren gaat
  • Mogelijke vormen van flexibele klasorganisatie:

 

  • Denkprocessen langer ondersteunen met kwaliteitsvol materiaal; leerlingen laten dit materiaal spontaan los wanneer het gebruik ervan niet meer relevant is
  • Het ‘kiesuur’ waarbij gedifferentieerd kan worden naar interesse
  • De zorghoek (tafel in de klas met aantal stoelen) waar leerlingen extra instructie krijgen wanneer de anderen zinvol aan het werk zijn
  • De remediëringsles waarbij ruimte is voor remediëring en verdieping volgens het BHV-model (basis, herhaling, verdieping)
  • Tutoring waarbij de ene leerling de andere kan helpen (= vorm van coöperatief leren)
  • Hoekenwerk waarbij de leerkracht in verschillende hoeken passende opdrachten aanbiedt
  • Contractwerk, waarbij elke leerling op eigen tempo een takenpakket afwerkt.  De opdrachten kunnen afgestemd worden op het niveau en het tempo van elke leerling
  • Homogene groepen, waarbij leerlingen met eenzelfde ontwikkelingsniveau tijdelijk samen les krijgen
  • Heterogene groepen, waarbij leerlingen met een verschillend niveau gaan samenwerken
  • Taakgericht differentiëren, waarbij de leerkracht extra informatie kan geven om een taak op te lossen
  • Differentiëren naar tempo en hoeveelheid, waarbij tragere leerlingen meer tijd krijgen en de opdrachten ingeperkt worden; snellere leerlingen krijgen een beperkte tijd en uitgebreidere opdrachten.  Nadruk ligt hierbij niet op kwantiteit, maar op kwaliteit
  • Differentiëren naar doelen, waarbij voor zwakkere leerlingen kan geopteerd worden om enkel basisleerstof aan te bieden

 

 

 

 

Fase 1 : Verhoogde zorg

 

Wanneer structurele, proactieve en preventieve acties niet meer volstaan om aan de onderwijsbehoeften van één of meerdere leerlingen tegemoet te komen, dan kunnen we overstappen naar de volgende fase: verhoogde zorg. Het schoolteam is in staat  om binnen de reguliere werking en de extra omkadering zoals zorg en GON, aan deze leerling(en) onderwijs te bieden dat ontwikkelingskansen maximaal garandeert. Ouders worden in deze fase betrokken als ervaringsdeskundigen. Het CLB-team treedt eerder op de achtergrond op, namelijk voor ondersteuning van het schoolteam.

Op het niveau van verhoogde zorg, worden de leerlingen door de klasleerkracht intensiever gevolgd.  Daarvoor wordt een leerlingvolgsysteem gebruikt, waarna een overleg volgt tussen de klasleerkracht en de leden van het zorgteam.  Dit team staat ter beschikking om de klasleerkracht te ondersteunen of hulp te bieden.

 

  • Leerlingen intensief volgen
    • De klasleerkracht registreert de stappen die leerlingen in hun ontwikkeling zetten en gebruikt hiervoor een aantal hulpmiddelen (signaleringslijsten, puntenboek, rapporten, …)
    • Het gebruiken van een leerlingvolgsysteem
      • In ‘De Linde’ wordt het leerlingvolgsysteem van CSBO-Garant gebruikt
      • Er worden twee toetsmomenten per schooljaar voorzien: midden en einde schooljaar
      • De toetsen voor spelling en wiskunde worden klassikaal afgenomen door de zorgcoördinator en door de zorgcoördinator verbeterd en geanalyseerd.  Zo kunnen de leerlingen iets nauwer gevolgd worden door de zorgcoördinator en vermindert de planlast voor de leerkrachten
      • Het AVI-leesniveau wordt bepaald met de nieuwe AVI-leestoetsen.  De leestests worden individueel afgenomen door de zorgcoördinator
      • De testresultaten worden door de zorgcoördinator digitaal opgelijst in het zorgprogramma Broekx on-web en via het digitale systeem van LVS-CSBO.  De resultaten worden besproken en geanalyseerd op het MDO dat volgt.

 

  • Vanuit gedeelde deskundigheid oplossingen zoeken
    • De klasleerkracht zoekt samen met de mensen uit het zorgteam naar oplossingen en ze formuleren samen antwoorden op de vragen rond de onderwijsbehoeften.  Er wordt nagegaan hoe de aanpak in de klas en de onderwijsbehoefte van de leerling op elkaar kunnen afgestemd worden.
    • De mogelijkheden van een flexibele klasorganisatie kunnen hier eveneens toegepast worden.  Dit kan met extra ondersteuning van mensen uit het zorgteam gebeuren.

 

 

 

Fase 2 : Uitbreiding van zorg

 

Soms slagen we er met ons schoolteam, ondanks alle inspanningen in de fase 0 en 1, niet in om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van sommige leerlingen. We beseffen dat de begeleiding dreigt vast te lopen en dat er nood is aan extra inzichten en begeleiding. Dan gaan we over naar fase 2: de uitbereiding van de zorg. In deze fase richten we ons op de onderwijsbehoeften van de individuele leerling, met als doel het beantwoorden van de hulpvraag.

Op dit niveau spitst de zorg zich toe op het behandelen van en het leren omgaan met leer- en ontwikkelingsstoornissen.  Dit is geen taak van de leerkracht.

Het stellen van een juiste diagnose is werk voor gespecialiseerde mensen. 

Het schoolteam kan hierbij wel zeer zinvolle informatie verstrekken:

 

  • De school weet wanneer een leerling welke leerstof moet kennen
  • Gezicht- en gehoorproblemen kunnen uitgesloten worden
  • De school sluit uit dat de leerachterstand te maken heeft met:
    • Afwezigheid van de leerling
    • Het missen van noodzakelijke bouwstenen door de leerling
    • Het niet beter kunnen (intelligentie)
    • Socio-emotionele problemen
    • Aandachtsproblemen

 

Na een juiste diagnose kunnen de leerlingen gepast begeleid worden.  De klasleerkracht is de spilfiguur in het zorgproces. De leerkracht kan hierbij ondersteuning krijgen door de zorgcoördinator en er kunnen eventueel redelijke aanpassingen aangeboden worden. Voor leerlingen die het gemeenschappelijk curriculum niet meer adequaat kunnen volgen, kan een individueel aangepast curriculum opgesteld worden (zie verder).

 

Volgende fasen zijn hier belangrijk:

 

  • Signaleren (gebeurt voor een deel met het leerlingvolgsysteem)
  • Analyse
  • Diagnostisch onderzoek
  • Multidisciplinair overleg (MDO)
  • Opstellen van eerste versie van een zorgplan
  • Evaluatie
  • Eventuele bijsturing

 

  • Signaleren

Het signaleren van problemen gebeurt het best door de klasleerkracht (zie fase 0 en 1 van het zorgcontinuüm).

 

  • Analyseren

Indien de klasleerkracht hulp nodig heeft, kan hij hulp inroepen van de zorgcoördinator.  Indien de hulpvraag de draagkracht van het team overstijgt, kan de hulp van externen ingeroepen worden.

Tijdens het MDO wordt het probleem verder geanalyseerd (het probleem moet duidelijk zijn).

Indien de beschikbare gegevens onvoldoende zijn om gericht te handelen, moet verder diagnostisch onderzoek (zorgcoördinator en/of CLB-anker) gebeuren.

 

  • Het diagnostisch onderzoek

Staat dicht bij de onderwijspraktijk en is taakgericht (vb. bij leesprobleem in eerste instantie een leesonderzoek uitvoeren). Het taakgerichte onderzoek gebeurt door de zorgcoördinator.

Aanvullend kan er niet-taakgericht onderzoek gebeuren.  Dit gebeurt dan door de CLB-medewerker of andere externen. (vb. IQ-bepaling, aandacht- en concentratieonderzoek, …) .  Dit onderzoek gebeurt na (schriftelijke) toestemming van de ouders.

 

  • Het multidisciplinair overleg (MDO)

Het MDO vindt op geregelde tijdstippen plaats of op vraag van de leerkracht.  Deelnemers aan een MDO kunnen zijn: klastitularis, directie, zorgcoördinator, CLB-medewerker, ouders, externe begeleiders, …

Alle gegevens worden dan samengebracht en geanalyseerd.  Er wordt een zorgplan opgesteld.

Uitgebreidere informatie over de voorbereiding en het verloop, zie uitgebreidere omschrijving van het MDO.

 

  • Het zorgplan

Dit is een schriftelijke neerslag van de manier waarop een team voor een (groep) leerling(en) zal handelen.  Zie meer info bij HGW (handelingsgericht werken)

 

Fase 3 : IAC

 

Wanneer blijkt dat een leerling het gewone curriculum niet meer kan volgen, wordt er overgegaan naar een individueel aangepast curriculum (IAC). Een individueel aangepast curriculum (IAC) wil zeggen dat leerdoelen op maat van de leerling worden opgesteld en hij de doelen van het gemeenschappelijk curriculum niet hoeft te halen.

Bij een IAC wordt een handelingsplan opgemaakt dat steeds op regelmatige tijdstippen geëvalueerd wordt. Hier wordt besproken of de leerling al dan niet terug kan overtsappen naar het gemeenschappelijk curriculum.

 

Deel 3 : De ouder als partner

 

Samenwerking met de ouders

 

Ouders zijn de eerste verantwoordelijken voor de opvoeding van hun kinderen.  Daarom werkt de school op alle niveaus van het zorgcontinuüm zo goed mogelijk samen met de ouders.  Er werd een informatiefolder rond het zorgbeleid opgesteld en die wordt aan het begin van het schooljaar aan de ouders bezorgd.  Deze folder is ook terug te vinden op de website van de school.  Een duidelijk stappenplan bij de aanpak van problemen is daarin terug te vinden.

Er worden regelmatig gesprekken gevoerd met ouders, er worden informatiebijeenkomsten georganiseerd (zorgbeleid, aanpak van pestproblemen, …) en de zorgcoördinator is eenvoudig telefonisch of via mail bereikbaar.

Bij het inschrijven van een leerling die de overstap maakt naar onze school en dit niet ten gevolge van verhuis, kan een uitgebreider intake-gesprek gevoerd worden indien de ouders of het schoolteam dit wensen. 

Contact Info

Vrije Basisschool "De Linde"
Wolvendreef 1
3210 Linden
Tel: 016 - 62 24 13
e-mail: directie@vbsdelinde.be

Zoeken op deze site

GIMME

Onze school zit ook op Gimme. Klik hieronder voor de recente Gimme berichten. 



Copyright VBS Linden © 2016. All Rights Reserved.
Website hosting door Pieter Cooreman